Naar hoofdinhoud
1.. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf zal worden geruimd schriftelijk aan de belanghebbende bekend gemaakt; 2.. De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken en/of asbussen, worden respectievelijk begraven en verstrooid op een door het college aangewezen gedeelte van de begraafplaats; 3.. Bij ruiming van graven waarbij het uitsluitend recht op begraven, of het gebruik verlopen is, worden de aanwezige overblijfselen van lijken, zoals bedoeld bij lid 2, met behulp van knekeldoosjes herbegraven in een door het college aangewezen verzamelgraf. Ter plaatse van het verzamelgraf worden op een monument de namen van degenen die begraven liggen bijgehouden. 4.. De rechthebbende op een eigen graf of eigen kindergraf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving elders; 5.. De rechthebbende op een eigen urnennis of eigen urnengraf kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te doen verstrooien; 6.. De gebruiker van een algemeen graf kan gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving elders; 7.. Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 4, 5 en 6 zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag; 8.. De kosten welke gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 4, 5 en 6 van dit artikel, komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker van het betreffende graf.

Rechtspraak bij dit artikel