De schipper, of bij diens ontstentenis de eigenaar of gebruiker, van een gezonken vaartuig is verplicht onmiddellijk na het zinken daarvan kennis te geven aan de havenmeester en zowel bij dag als bij nacht zodanige bakens op of boven het gezonken vaartuig te plaatsen als de havenmeester nodig zal oordelen.
De schipper, of bij diens ontstentenis de eigenaar of gebruiker, moet er voor zorgdragen dat het gezonken vaartuig binnen de door de havenmeester te bepalen tijd geborgen is.