Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 4

Subsidieplafond

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2012

IIn de Awb zijn in de artikelen 4:25 tot en met 4:28 de belangrijkste bepalingen rondom het werken met een ‘subsidieplafond’ gegeven. Een subsidieplafond moet potentiële aanvragers duidelijkheid bieden hoeveel geld er voor een bepaalde subsidieregeling beschikbaar is. Uit het oogpunt van rechtszekerheid verlangt de Awb dat het subsidieplafond tijdig bekend wordt gemaakt. In artikel 4:27 Awb is geregeld dat het subsidieplafond bekend moet worden gemaakt vóór de periode ingaat waarop het betrekking heeft. Als het subsidieplafond tijdig bekend is gemaakt, dan kunnen subsidieaanvragen zonder nadere motivering worden afgewezen op het moment dat het subsidieplafond bereikt is (artikel 4:25, tweede lid). Als het subsidieplafond niet tijdig bekend is gemaakt, dan heeft het subsidieplafond geen gevolgen voor de aanvragen die vóór de bekendmaking zijn ingediend (artikel 4:27, tweede lid). Met gebruikmaking van artikel 4:28 Awb kan hierop een uitzondering worden gemaakt als is voldaan aan drie voorwaarden. De aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd; het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de begroting en bij de bekendmaking van een subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid dat deze kan worden verlaagd als gevolg van de vaststelling of goedkeuring van de begroting. Aangezien de begroting veelal wordt vastgesteld in november of december en de aanvragen voor de periodieke subsidies al vóór die datum moeten worden ingediend, verdient het aanbeveling om subsidieplafonds al in een eerder stadium vast te stellen. Om die reden biedt de ASA zowel de gemeenteraad als het college de mogelijkheid om een subsidieplafond vast te stellen. In het eerste lid van artikel 4 is bepaald dat de gemeenteraad bevoegd is om bij de vaststelling van de begroting subsidieplafonds vast te stellen. Daarnaast maakt het tweede lid het mogelijk dat ook het college een subsidieplafond voor een bepaalde te subsidiëren activiteit vaststelt. Dit met inachtneming van de posten op de (concept-) begroting. Belangrijk is de wettelijke verplichting geregeld in artikel 4:26 Awb om de wijze van verdeling van de beschikbare bedragen bij of krachtens wettelijk voorschrift te regelen. Bij de bekendmaking van het subsidieplafond moet de wijze van verdeling worden vermeld. De meest eenvoudige vorm is een verdeelmechanisme op volgorde van binnenkomst, waarbij de aanvragen in volgorde van binnenkomst worden behandeld (zie ook art. 7 ASA). Een andere vorm is een tendersysteem, waarbij het beschikbare budget wordt verdeeld over de complete aanvragen door middel van een onderlinge vergelijking van de aanvragen waaruit de beste aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Van belang bij dit systeem is dat helder is voor de aanvrager op basis van welke criteria de aanvragen worden getoetst en in rangorde worden gezet, bijvoorbeeld dat aanvragen worden beoordeeld op basis van de criteria ‘ de bijdrage aan stedelijke subsidiedoelstellingen en de prijs-kwaliteitverhouding’ en dat rangschikking geschiedt met behulp van een puntentelling. De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels op basis van artikel 3 ASA biedt hiervoor een goede mogelijkheid.

Rechtspraak bij dit artikel