In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient te worden gedaan. Met ‘schriftelijk' is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven'. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het door hem vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld.
Het subsidieproces begint met een aanvraag. Wat een aanvraag is en aan welke eisen deze moet voldoen staat in afdeling 4.1.1 van de Awb.
In het tweede lid van artikel 5 is bepaald welke gegevens de aanvrager moet overleggen bij zijn subsidieaanvraag. Deze gegevens zijn nodig om de aanvraag te kunnen beoordelen. Zo wordt onder andere om een begroting gevraagd waarin ook een overzicht is opgenomen van de geraamde inkomsten en uitgaven. Onderdeel daarvan is dat ook opgave wordt gedaan van de bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.
De bevoegdheid van het college om ter zake nadere regels vast te stellen, is geregeld in artikel 3 ASA. Zo kan het college bijvoorbeeld bepalen dat voor sommige categorieën subsidies, zoals kleine subsidies, waaraan geen uitgebreide verantwoordingseisen worden gesteld, met minder dan de standaard te overleggen gegevens bij een subsidieaanvraag kan worden volstaan.
Het derde en het vierde lid bevatten uitzonderingen op de eisen die in het tweede lid worden gesteld.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 5
Bij de aanvraag in te dienen gegevens
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013