Ad a: bijzondere subsidieverordening
Als voor een bepaald beleidsterrein behoefte bestaat aan regels die afwijken van de ASA of voor een specifiek onderwerp een aanvulling daarop vormen, dan is het noodzakelijk een bijzondere subsidieverordening vast te stellen.
De regels van de ASA kunnen alleen terzijde worden gesteld door een bijzondere verordening die dan prevaleert boven de ASA.
Een bijzondere verordening kan gedeeltelijk afwijken van de ASA maar ook geheel.
Met het vaststellen van een bijzondere subsidieverordening moet terughoudend worden omgegaan. Vooraf dient onderzocht te worden of het beoogde doel niet met behulp van de ASA of nadere regels kan worden gerealiseerd.
Ad c: eenmalige subsidie
De ASA kent slechts twee soorten subsidies: eenmalige en periodieke.
In de praktijk worden veel benamingen voor subsidies gehanteerd zoals projectsubsidies, waarderingssubsidies, investeringssubsidies, exploitatiesubsidies en stimuleringssubsidies.
Onder welke benaming een bepaalde subsidie ook te boek staat, hij valt altijd onder de eenvoudige tweedeling van eenmalig of periodiek.
Subsidies kunnen eenmalig worden afgegeven met het oog op een bepaalde activiteit die in tijd begrensd is, ook al hoeft die activiteit niet per se in één kalenderjaar gerealiseerd te zijn, of periodiek wat in de praktijk doorgaans neerkomt op een periode die in tijd wordt begrensd door een bestuursperiode van vier jaar en in veel gevallen langer.
Ad d: nadere regels
Op grond van de ASA kan het college op bepaalde punten nadere regels vaststellen. In deze regels wordt de verordening nader uitgewerkt. Er wordt invulling gegeven aan hetgeen in de verordening geregeld is.
Ad f: periodieke subsidie
Uitgangspunt is dat het boekjaar voor de subsidieontvanger zoveel mogelijk gelijk is aan het kalenderjaar. De administratie van de subsidieontvanger moet hier dus op toegesneden zijn. De structuur van afdeling 4.2.8 van de Awb is ook afgestemd op de jaarlijkse cyclus van planning, uitvoering en verantwoording.
Voor sommige periodieke subsidies geldt dat per bestuursperiode wordt bezien of en hoe ze worden gecontinueerd.
De onderdelen b en e behoeven geen nadere toelichting.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013