**1..** Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling binnen vierweken na de subsidievaststelling betaald. Indien een voorschot is verleend, wordt dit voorschot op het subsidiebedrag in mindering gebracht.
**2..** Het college kan een geldschuld, ontstaan op grond van toepassing van enige bepaling van deze verordening, verrekenen met een vordering van de subsidieontvanger op de gemeente.
**3..** Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat de subsidieontvanger een batig saldo heeft, is de subsidieontvanger daarvoor aan het college alleen een vergoeding verschuldigd als de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd, als de subsidie wordt beëindigd, als een gesubsidieerde rechtspersoon ophoudt te bestaan of als een van de andere situaties als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht zich voordoet.
**4..** De hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding wordt berekend door de verhouding in percentage tussen de verleende subsidie en de overige inkomsten van de subsidieontvanger toe te passen op het batig saldo. De verschuldigde vergoeding bedraagt niet meer dan het verleende subsidiebedrag.
Hoofdstuk 6
Artikel 17
Betaling en verrekening
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013