**1..** Ongeacht het bepaalde in artikel 2 dienen alle uitstallingen zodanig te worden geplaatst dat voor voetgangers, rolstoelgebruikers, bestuurders van een scootmobiel, voetgangers met kinderwagens en overige daarmee gelijk te stellen gebruikers minimaal een vrije doorgang van 1.50 m op het trottoir danwel voetgangersgedeelte vrij blijft.
**2..** Indien in de bestrating een blindegeleidestrook is aangebracht dient deze blindegeleidestrook in ieder geval vrij te blijven. Deze blindegeleidestrook maakt altijd onderdeel uit van de vrije doorgang.