Toegang tot de voorrangsregeling hebben:
de woningzoekenden, die op grond van de normen als
geformuleerd in de Wet op de huurtoeslag wat het inkomen én
het vermogen betreft, behoren tot de doelgroep van het
volkshuisvestingsbeleid en
a.1. een maatschappelijke binding hebben met de
regio in de zin dat hij op het moment van de
aanvraag blijkens de Basisregistratie Personen
minstens twee jaar onafgebroken ingezetene is van de
regio, dan wel daar gedurende de voorafgaande tien
jaar minstens zes jaar onafgebroken ingezetene van
is geweest of
a.2. mantelzorgverleners of mantelzorgontvanger
zijn,
vluchtelingen die een verblijfsstatus hebben toegewezen
gekregen en niet eerder in het kader van de taakstelling
huisvesting verblijfsgerechtigden gehuisvest zijn,
woningzoekenden, die verblijven in een voorziening voor
tijdelijke opvang van personen omdat ze in verband met
problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte
hebben verlaten.
In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder a hebben geen toegang
tot de voorrangsregeling woningzoekenden, die inwonend zijn en
bewoners van onzelfstandige woonruimte, anders dan in een
opvanginstelling in de regio.
Het college kan afwijken van het bepaalde in lid 1, onder a, na
voorafgaande afstemming met het Drechtstedenbestuur en andere normen
stellen wat het inkomen en het vermogen betreft indien de situatie
op de woningmarkt in de regio Drechtsteden daar aanleiding voor
geeft.
Het college kan vrijstelling verlenen van het in lid 1, onder a.1.
genoemde vereiste van maatschappelijke binding met de regio.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2
Toegang tot de voorrangsregeling
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam 2015