·1. De aanvrager komt voor een voorrangsverklaring in aanmerking op basis
van een indicatie van het verlaten van een opvanginstelling in aanmerking op
de volgende voorwaarden:
de aanvrager is opgenomen geweest in een opvanginstelling, die
vermeld is op de lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen;
hij beschikte voor zijn opname aantoonbaar over zelfstandige
huisvesting in de regio; van de eis van maatschappelijke binding aan
de regio is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de plaats van
herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie zou leiden
of kunnen leiden, of indien terugkeer aantoonbaar niet haalbaar is.
Van de eis van het beschikken in het verleden over zelfstandige huisvesting
is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de vroegere huisvesting niet
mogelijk is;
de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door tussenkomst van de
opvanginstelling. Cliënten die op eigen initiatief een
voorrangsverklaring aanvragen, worden terugverwezen naar de
opvanginstelling;
de opvanginstelling geeft in het behandelplan van haar cliënt een
moment aan voor het starten van de huisvestingsprocedure van de
cliënt.
de opvanginstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring voor dat
de cliënt in staat is om zelfstandig een huishouding te voeren;
de opvanginstelling legt een nabegeleidingsplan voor, waaruit onder
meer blijkt welke begeleiding wordt geboden, in welke vorm en wie
daarvoor verantwoordelijk en aanspreekbaar is. De instelling hoeft
nazorg niet zelf te leveren, maar kan die via derden regelen. De
verantwoordelijkheid voor het regelen van nazorg ligt bij de
instelling zelf.
2. Degene die:
wegens terugkeer uit detentie zelfstandige woonruimte nodig heeft en
die voor zijn detentie aantoonbaar over zelfstandige woonruimte in
de regio beschikte en
waarvan de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door tussenkomst
van de ketenregisseur van de Centrale Toegang,
komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring.
3. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing in verband met
het verlaten opvanginstelling en geweldsgerelateerde opvang wordt
voor gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV.
4.Voor de beoordeling van de aanvraag formuleert de DGJ /
Specialistisch Team Wonen het advies aan het PUV. Het PUV adviseert
op zijn beurt aan het college.Het advies is altijd met
gemotiveerd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.11.
Voorrangsgronden: verlaten opvanginstelling en geweldsgerelateerde opvang
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam 2015