1. De aanvrager komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring
indien de aanvraag voortvloeit uit de taakstelling die de gemeente
is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de
Huisvestingswet.
2. De aanvraag wordt ingediend bij de gemeente voor wie een
taakstelling als genoemd in lid.1 geldt.
3. Indien de gemeente aan haar taakstelling heeft voldaan of geen
taakstelling heeft gekregen, kan de aanvraag geweigerd worden, als
het geen gezinshereniging betreft. Als de aanvraag betrekking heeft
op een door de IND geaccordeerde gezinshereniging en de woning van
het al gevestigde gezinslid te klein is, wordt, ook als al aan de
taakstelling voldaan is, voorrang toegekend.
4. De voorrangsverklaring zoals bedoeld in lid.1 geldt lokaal.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.14.
Voorrangsgronden: taakstelling verblijfsgerechtigden
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam 2015