1. Een woningzoekende kan pas een beroep doen op de
voorrangsregeling nadat hij, zodra het huisvestingsprobleem zich
openbaarde, aantoonbaar zelf al het mogelijk heeft gedaan om daar
een oplossing voor te vinden. Bovendien moet de aanvrager:
aantonen dat hij heeft gedurende achtachtereenvolgende
weken zonder resultaat meegedongen naar iedere woning die via de
woonruimteverdelingsystemen in de regio Drechtsteden is aangeboden,
voor zover die woning een bij zijn omstandigheden passende oplossing
kon bieden of zou kunnen bieden voor zijn huisvestingsprobleem,
of;
aantonen dat er gedurende acht achtereenvolgende weken geen bij
zijn
omstandigheden passend woningaanbod is geweest.
2. Afwijking van het bepaalde in lid 1. a en b is mogelijk, indien
de aanvrager aantoonbaar bij voorbaat geen kans heeft op de
toewijzing van een woning binnen de aangegeven termijn.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.5.
Eigen initiatieven
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam 2015