1. De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt op sociale
indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een
probleem heeft van sociale/maatschappelijke aard dat past binnen de
criteria genoemd in lid 5.a,b en c en waardoor de huidige
zelfstandige woning niet langer geschikt is.
2. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van
sociale/maatschappelijke aard wordt voor gemotiveerd advies
voorgelegd aan het PUV.
3. Voor de beoordeling van de aanvraag formuleert de DGJ /
Specialistisch Team Wonen het advies aan het PUV. Het PUV adviseert
op zijn beurt aan het college.Het advies is altijd met
gemotiveerd.
4. De aanvrager komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring
op sociale indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van
de huidige woning al een sociaal/maatschappelijk probleem had als
genoemd in lid 1.
5.
Voorrangscriterium
Omschrijving
a.leefbaarheid
aanvrager ondervindt ernstige, structurele problemen van
sociale/maatschappelijke aard in de directe
woonomgeving
b.financiële nood
door een onvoorziene, niet verwijtbare daling van het
inkomen dakloos dreigt te worden
c.einde duurzame relatie
het beëindigen van een relatie, waarbij de partners
met kinderen duurzaam hebben samengewoond, is geen reden
voor een voorrangsverklaring, behalve als er
minderjarige kinderen bij betrokken zijn. Vanuit
maatschappelijk oogpunt is het niet aanvaardbaar dat
minderjarige kinderen dakloos worden als ouders uit
elkaar gaan. Van duurzame samenwoning is sprake als de
partners minstens twee jaar onafgebroken hebben
samengewoond, blijkend uit de inschrijving in de
Basisregistratie Personen.
Slechts één van de ouders kan aanspraak maken op een
voorrangsverklaring onder de volgende voorwaarden:
a.er moet sprake zijn van dagelijkse zorg door de
aanvrager (dus geen bezoekregeling of gedeelde
zorg)
b.de aanvrager moet de kinderbijslag van de SVB
ontvangen op de eigen bankrekening;
c.de aanvrager moet aantoonbaar gedwongen zijn de
gezamenlijke woning te verlaten.
Bij co-ouderschap en gedeelde zorg wordt geen voorrang
toegekend als de andere co-ouder (dan de aanvrager) over
woonruimte blijft beschikken.
Het bepaalde onder artikel 2.4 en 2.5 is hierbij
onverkort van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.9.
Voorrangsgronden: sociale indicatie
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam 2015