Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf 4

Artikel 26

Stemming over personen

Onderdeel van Reglement van orde voor de raadsvergaderingen en de commissies van de gemeenteraad van de gemeente Oegstgeest 2016

1.. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. 2.. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3.. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6.. Het stembureau doet in de vergadering mededeling van: het aantal ingeleverde stembriefjes; het aantal uitgebrachte geldige stemmen; het aantal uitgebrachte stemmen, dat van onwaarde is; het aantal geldige stemmen, dat op iedere persoon is uitgebracht; de uitslag van de stemming. 7.. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. Indien twijfel bestaat over de inhoud van een uitgebrachte stem, beslist de raad op voorstel van de voorzitter van de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel