Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.4

De weging van de profielen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2017

De consulent weegt het volgende mee om het profiel te bepalen: de samenstelling van het huishouden: gaat het om één persoon of meer personen? Zijn er nog meer gezinsleden die verzorgd moeten worden of die juist kunnen meehelpen? Is er sprake van gebruikelijke zorg? werkzaamheden die gedaan moeten worden en waar ondersteuning bij nodig is: als alleen het zware schoonmaakwerk gedaan hoeft te worden kan een lager profiel ingezet worden dan als er ook lichte taken gedaan moeten worden. Als er weinig kamers gebruikt worden kan er een lager profiel worden ingezet dan als er meerdere kamers worden gebruikt. het type hulp (alleen schoonmaken, helpen met organiseren, omgaan met complex gedrag), mogelijkheden om tot andere oplossingen te komen (als er mogelijkheden zijn om tot een andere oplossing te komen kan iemand lager worden ingeschaald) Het te behalen resultaat met het bijbehorende profiel wordt door de gemeente in het ondersteuningsplan opgenomen, uitgesplitst naar activiteiten die iemand zelf doet, laat doen door het netwerk of wordt overgenomen door de zorgaanbieder. Aan de hand van de over te nemen activiteiten en de eerder genoemde afwegingen wordt een passend profiel gezocht binnen de 7 profielen. Indien er bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn waardoor geen van de 7 profielen passend is, bestaat de mogelijkheid om aanvullend maatwerk in te zetten (resultaatgebied 8, profiel laag of midden). Voor de aanbieder moet duidelijk zijn wat het bedrag per 4 weken is en met welk cliënt profiel ze te maken hebben. De aanbieder spreekt met de klant af wanneer, hoe en met wie de over te nemen activiteiten geregeld worden. Het is daarom belangrijk dat de aanbieder inzicht heeft in het ondersteuningsplan, in ieder geval het onderdeel over ondersteuning bij het huishouden.

Rechtspraak bij dit artikel