**1..** indien de eerste kredietnemer overlijdt, zullen de, op de datum van overlijden, overeenkomstig het bij de kredietovereenkomst vastgestelde aflossingsplan, nog niet verschenen aflossingen worden kwijtgescholden tot een maximumbedrag van euro 9.000,--, tenzij anders is overeengekomen. Bij kwijtschelding vindt geen restitutie van kredietvergoeding en vooruitbetaalde termijnen plaats. Het overlijden moet worden aangetoond door overlegging aan de Bank van een afschrift of uittreksel van de overlijdensakte, afgegeven door een ambtenaar van de burgerlijke stand. Het genoemde maximumbedrag kan bij beslissing van het College in verband met geldontwaarding worden gewijzigd. Een aldus vastgesteld bedrag treedt in de plaats van het in dit lid genoemde maximumbedrag.
**2..** de in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet:
voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende kosten;
voor zover deze betrekking heeft op vervroegd betaalde termijnen;
indien het overlijden het rechtstreekse gevolg is van binnenlandse onlusten, epidemische ziekten, natuurrampen, oorlogsgeweld en terrorisme;
indien dit uitdrukkelijk door partijen is overeengekomen.
**3..** indien een beroep wordt gedaan op kwijtschelding kan, indien de aanvrager binnen een periode van zes maanden na het afsluiten van de kredietovereenkomst is overleden, een medische verklaring verlangd dat betrokkenen niet overleden is ten gevolge van een ziekte waaraan hij reeds leed ten tijde van het afsluiten van de kredietovereenkomst.
**4..** de directeur kan, indien de kwijtschelding bij overlijden op grond van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is uitgesloten, alsnog besluiten tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, indien financiële omstandigheden van de kredietnemer daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 5
Artikel 35
Kwijtschelding bij overlijden
Onderdeel van Bankreglement Stadsbank 2008