Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15

Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per (brom)fiets

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer 2010

Voor het vervoer van leerlingen naar scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs geldt evenals voor het vervoer van leerlingen naar scholen voor basisonderwijs of speciale scholen voor basisonderwijs als uitgangspunt: bekostiging van de kosten van openbaar vervoer. Indien het college van oordeel is, eventueel na de commissie voor de begeleiding en andere deskundigen gehoord te hebben, dat een andere wijze van vervoer noodzakelijk is, kan een andere wijze van vervoer voor bekostiging in aanmerking gebracht worden, namelijk: openbaar vervoer onder begeleiding; aangepast vervoer al dan niet verzorgd door het college; eigen vervoer; een combinatie van bovenstaande vervoersmogelijkheden. In de verordening zijn voor het (voortgezet) speciaal onderwijs twee afstandsgrenzen opgenomen. Hierbij dient echter rekening te worden gehouden met het bepaalde in artikel 20 van de verordening. Dit artikel bepaalt dat als de afstand naar de school minder bedraagt dan de afstandsgrens, toch aangepast vervoer moet worden verstrekt indien de handicap van de leerling dat vereist. Analoog aan de regeling voor de bekostiging van het vervoer naar scholen voor basisonderwijs en speciale scholen voor basisonderwijs geldt ook ten aanzien van de bekostiging van het vervoer naar scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs dat het college de voor de gemeente goedkoopst mogelijke wijze van vervoer bekostigt (dit kan bijvoorbeeld zijn een strippenkaart, een jaarabonnement of een maandabonnement of een kilometervergoeding voor de (brom)fiets). Het college kan op grond van het vierde lid bepalen dat bekostiging voor de fiets of bromfiets wordt verstrekt. Het college moet dan van oordeel zijn dat de leerling, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets. Hierbij dient in overweging worden genomen: de leeftijd van de leerling, de eventuele handicap van de leerling, de veiligheid van de af te leggen route en de afstand. Ook is het mogelijk een (brom)fietsvergoeding voor bijvoorbeeld de maanden maart tot november te verstrekken en voor de overige maanden bekostiging voor ander passend vervoer.

Rechtspraak bij dit artikel