Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Uitzicht op inkomensverbetering

Onderdeel van Beleidsregel individuele inkomenstoeslag 2015 gemeente Leusden

1.. Uitzicht op inkomensverbetering wordt in ieder geval verondersteld ten aanzien van de belanghebbende die: onderwijs volgt of heeft gevolgd op de peildatum uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt en/of studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of die een opleiding volgt en/of een bijdrage ontvangt als bedoeld in de WTOS; tijdens de laatste 24 maanden van de referteperiode een opleiding of onderwijs als bedoeld in onderdeel a heeft gevolgd; een korting op het inkomen heeft als gevolg van gedragingen/ niet nakomen van verplichtingen of een schuldregeling heeft wegens een gedraging van de 2de of 3de categorie zoals bedoeld in artikel 7 en 8 van de Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ een maatregel opgelegd heeft gekregen tijdens de laatste 24 maanden van de referteperiode; overeenkomstig artikel 18 lid 4 van de wet een verlaging van de uitkering heeft gekregen tijdens de laatste 24 maanden van de referteperiode; tijdens de laatste 24 maanden van de referteperiode de inlichtingenplicht ingevolge artikel 17, eerste lid van de wet heeft geschonden en bij wie een benadelingsbedrag wegens verzwegen inkomsten uit arbeid is vastgesteld; door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) een maatregel of een bestuurlijke boete opgelegd heeft gekregen tijdens de laatste 24 maanden van de referteperiode; een hoger inkomen heeft dan bijstandsniveau maar op de peildatum op bijstandsniveau leeft wegens een minnelijke schuldregeling of WSNP-traject. 2.. Belanghebbenden die vallen onder de categorieën genoemd in lid 1 komen niet in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag. 3.. Als in een andere situatie dan genoemd in lid 1 kan worden vastgesteld dat er sprake is van uitzicht op inkomensverbetering, behoudt het college zich het recht voor de aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag af te wijzen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel