1.. Wil de belanghebbende die behoort tot de kring van rechthebbenden in aanmerking komen voor de Arnhem Card, dan dient hij:

a.. indien sprake is van een gehuwde, te beschikken over een inkomen lager dan of gelijk aan 120% van de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21 en 22 van de Wet;

b.. indien sprake is van een alleenstaande of alleenstaande ouder jonger dan 65 jaar, te beschikken over een inkomen lager dan of gelijk aan 120% van de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21 van de Wet inclusief de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid van de Wet; dan wel

c.. indien sprake is van een alleenstaande of alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder, te beschikken over een inkomen lager dan of gelijk aan 120% van de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 22 van de Wet.

2.. Indien de belanghebbende beschikt over een eigen woning, wordt – voor zover de hypotheeklasten minder bedragen dan de normhuur als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Wet op de huurtoeslag - het inkomen opgehoogd met het verschil tussen de hypotheeklasten en de eerder genoemde normhuur.

3.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid dient het vermogen van belanghebbende op de peildatum lager dan of gelijk te zijn aan de voor hem van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid van de wet.