Artikel 5 definieert de inkomens- en vermogenstoets waaraan de belanghebbende die behoort tot de kring van rechthebbenden, dient te voldoen.
De inkomenstoets
Een inkomen lager dan of gelijk aan het toetsinkomen: het toetsinkomen is bepaald op 120% van de voor betrokkene geldende maximale bijstandsnorm. Voor alleenstaanden en alleenstaande ouders tot 65 jaar geldt dat tevens de maximale toeslag van 20% (ex artikel 25 van de wet) tot de bijstandsnorm wordt gerekend. Er is geen specifiek toetsinkomen opgenomen voor de jong meerderjarigen (18 t/m 20 jaar); voor deze groep wordt aangesloten bij het toetsinkomen voor personen van 21 jaar en ouder. Voor personen met een eigen woning wordt – zo de hypotheeklasten lager zijn dan de binnen de Wet op de huurtoeslag vastgestelde normhuur - het beschikbare inkomen opgehoogd met het verschil tussen normhuur en hypotheeklasten;
De vermogenstoets
Een vermogen lager dan of gelijk aan de vermogensgrens: aangesloten wordt bij het vermogensbegrip binnen de wet.
Hoofdstuk
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verordening inkomensondersteunende maatregelen gemeente Arnhem