Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Vrijlating van giften en smartengeld

Onderdeel van Beleidsregels vermogensvaststelling Participatiewet

Giften worden als volgt in ogenschouw genomen: eenmalige giften van respectievelijk het ‘Capels noodfonds’, het ‘Krimpens Noodfonds’ en de ‘Stichting Zuidplas Helpt’ en andere charitatieve instellingen, die dezelfde criteria hanteren, worden volledig vrijgelaten; eenmalige giften van charitatieve instellingen, die niet dezelfde criteria als de in lid 1, onderdeel a. genoemde instellingen hanteren, worden tot een bedrag van € 1.000,- per kalenderjaar vrijgelaten; eenmalige giften van natuurlijke personen worden tot een bedrag van € 1.000,- per kalenderjaar vrijgelaten; periodieke giften zonder specifieke bestemming worden niet vrijgelaten en voor 100% als inkomsten met de algemene bijstand verrekend; periodieke giften met een specifieke bestemming voor kosten die in de algemene bijstand zijn inbegrepen worden niet vrijgelaten en voor 100% als inkomsten met de algemene bijstand verrekend; periodieke giften met een specifieke bestemming voor kosten die niet in de algemene bijstand zijn inbegrepen worden tot een bedrag van € 1.000,- per kalenderjaar vrijgelaten; periodieke giften voor specifieke kosten, zoals schulden, studiekosten, et cetera, waarvoor geen bijzondere bijstand kan worden verleend, worden tot een bedrag van € 1.000,- per kalenderjaar vrijgelaten; giften in natura worden vrijgelaten. Smartengeld wordt als volgt in ogenschouw genomen: smartengeld dat wordt uitgekeerd als loonderving wordt gezien als inkomen. Het smartengeld wordt omgerekend naar een maandbedrag vanaf het moment van ontstaan van het recht op smartengeld tot aan de pensioengerechtigde leeftijd en per maand met de algemene bijstand verrekend; smartengeld dat wordt uitgekeerd voor immateriële schade wordt vrijgelaten, voor zover dit uit het oog van bijstandsverlening verantwoord is.

Rechtspraak bij dit artikel