Voor de melding maakt de aanbieder gebruik van een daartoe door het
college vastgesteld Formulier.
bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
gegevens:
de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
Autoriteit afgegeven registratie;
een uitreksel uit het handelsregister van de Kamer van
Koophandel;
naam, adres en telefoonnummer van degene die de kabel in
eigendom heeft, degen die de kabel beheert en degene die de
kabel exploiteert;
een opgave van de soort kabel en beoogde gebruik;
welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden
gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en
de aard van de werkzaamheden;
een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:
een opgave van het gewenste tracé;
een opgave van de objecten die ten tijde van de
werkzaamheden worden geplaatst, alsmede de situering
daarvan;
een omschrijving van eventuele opbrekingen;
de doorsnede van de kabel of kabelgoot;
de lengte en breedte van de kabelsleuf;
de maatregelen voor bereikbaarheid van de openbare
gronden aanwezige kabels en leidingen;
het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging
van de werkzaamheden;
naam, adres en telefoonnummer van de aannemer(s) of
onderaannemer(s) die belast is (zijn) met de
werkzaamheden en van een contactpersoon ten tijde
van de uitvoering van de werkzaamheden.
Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden
van een andere gedoogplichtige de gemeente, wordt uiterlijk
vier weken na ontvangst van de melding, al genoemd in het
eerste lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van
de uitkomsten van het overleg tussen de aanbieder en de
andere gedoogplichtige.
het college kan nadere regels stellen inzake de gegeven die
bij de melding worden verstrekt.