Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 29

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Beheerverordening gedenkparken gemeente Zutphen 2016

1.. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden schriftelijk aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker medegedeeld. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van het gedenkpark op het mededelingenbord bekend. 2.. De rechthebbende op een particulier graf kan bij het college gedurende 2 jaar voor het verlopen van het grafrechttermijn een aanvraag indienen om de overblijfselen en de asbus(sen) te doen verzamelen om deze elders opnieuw te doen begraven of te laten cremeren respectievelijk de as te verstrooien. De rechthebbende op een particulier urnengraf kan bij het college een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. 3.. De gebruiker van een algemeen graf kan bij het college gedurende 2 jaar voor het verlopen van de gebruikstermijn een aanvraag indienen om de overblijfselen of de asbus(sen) te doen verzamelen om deze elders in een ander graf te doen begraven respectievelijk te verstrooien. De gebruiker van een urnennis kan bij het college een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. 4.. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van het gedenkpark niet met menselijke resten worden geconfronteerd. 5.. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven in een verzamelgraf en de nog aanwezige as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van het gedenkpark. 6.. Ruiming en herbegraving, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag. 7.. De kosten die gemoeid zijn met de werkzaamheden, zoals vermeld in het tweede en derde lid, komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker van het betreffende graf. 8.. Als herbegraving buiten de gemeente Zutphen plaatsvindt, moet de nabestaande aantonen dat de stoffelijke resten in directe aansluiting op begraving elders worden bijgezet. 9.. Het op verzoek van de rechthebbenden ruimen van particuliere (kelder)graven op het gedenkpark is niet mogelijk wanneer dit om technische redenen niet of moeilijk uitvoerbaar is.

Rechtspraak bij dit artikel