Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Nadere regels voor het pgb

Onderdeel van Besluit nadere regels Wmo 2015

1.. Een pgb wordt enkel verstrekt als daarmee het resultaat, bedoeld in artikel 8 lid 1 van de verordening kan worden bereikt. 2.. Een belanghebbende die een pgb wenst, dient aannemelijk te maken dat er sprake is van het gestelde in het vorige lid. 3.. Een belanghebbende die een pgb wenst, dient daarbij eveneens aannemelijk te maken dat de kwaliteit, bedoeld in artikel 2.3.6, lid 2, onder c van de Wmo, voldoende is gewaarborgd. 4.. Het college baseert het oordeel, bedoeld in artikel 2.3.6, lid 2, onder a en c van de wet, in belangrijke mate op de informatie die zij op basis van lid 2 en lid 3 van de belanghebbende heeft ontvangen. 5.. Het college stelt de hoogte van het pgb, met inachtneming van artikel 10 lid 2, lid 3 en lid 4 van de verordening, bij iedere aanvraag afzonderlijk aanvraag vast. 6.. Het college stelt, voorafgaande aan de besteding, de hoogte van het pgb voorlopig vast via de verleningsbeschikking. 7.. Het college stelt achteraf of na verloop van een vooraf gestelde periode, de hoogte van het pgb definitief vast via de vaststellingsbeschikking. 8.. De hoogte van het pgb voor dienstverlening komt overeen met het betreffende tarief voor zorg in natura. 9.. De hoogte van het pgb kan, in afwijking het vorige lid of in afwijking van artikel 10 lid 4 van de verordening, in samenspraak met de belanghebbende lager worden vastgesteld, als duidelijk is dat de belanghebbende in staat is met dit lagere budget het resultaat bedoeld in lid 1 ter bereiken. 10.. De hoogte van het pgb overstijgt het tarief bedoeld in artikel 8 of de kostprijs bedoeld in artikel 10 lid 4 van de verordening niet, tenzij zwaarwegende argumenten daar om vragen. 11.. De budgethouder legt de afspraken met een zorgverlener via een overeenkomst vast. De budgethouder stuurt een afschrift van iedere overeenkomst aan de Sociale verzekeringsbank en de gemeente. 12.. Het is de budgethouder toegestaan kosten van bemiddeling, administratiekosten, en reiskosten voor woon-werkverkeer van het pgb te betalen. 13.. Het tarief voor dienstverlening, betrokken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 10 lid 5 van de verordening, bedraagt maximaal € 20,- per uur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel