Naar hoofdinhoud
1.. Ter vaststelling van de identiteit van het te begraven of te cremeren lijk als bedoeld in artikel 8 van de wet dienst de kist of het lijkomhulsel op het moment dat het lijk op de begraafplaats of op het terrein van het crematorium wordt gebracht te zijn voorzien van het registratienummer bedoeld in artikel 8, eerste lid van de wet en te zijn vergezeld van het document bedoeld in artikel 8, tweede lid van de wet. 2.. Als registratienummer bedoeld in het voorgaande lid van dit artikel wordt uitsluitend gebezigd het registratienummer dat burgemeester en wethouders toekennen bij de verlening van toestemming tot begraving op een gemeentelijke begraafplaats of tot crematie in het gemeentelijk crematorium. Burgemeester en wethouders regelen dit registratienummer. 3.. Bij niet voldoening aan het eerste of het tweede lid van dit artikel kan voordat tot begraving of verbranding wordt overgegaan identificatie van het lijk worden verlangd. Identificatie vindt plaats door twee personen die de overledene bij het leven hebben gekend, in tegenwoordigheid van personeel van de begraafplaats of crematorium. Identificatie van een doodgeborene vindt op dienovereenkomstige wijze plaats. Van de identificatie wordt proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal wordt ingeval van begraving gevoegd in het register bedoeld in artikel 27 van de wet en ingeval van crematie gevoegd in het register bedoeld in artikel 50 van de wet. 4.. Ten behoeve van identificatie als bedoeld in het vorige lid of als bedoeld in artikel 8, derde lid van de wet, stellen burgemeester en wethouders een formulier van proces-verbaal van identificatie vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel