Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor het volgend boekjaar een ontwerpbegroting op, voor zover deze regeling financiële middelen heeft en jaarlijks ontvangsten en uitgaven heeft. Indien en zolang hiervan geen sprake is wordt de rest van dit artikel en worden de artikelen 16 en 17 geacht niet geschreven in casu niet van toepassing te zijn. 2.. De ontwerpbegroting met toelichting wordt zes weken voordat het algemeen bestuur deze vaststelt, aan de raden gezonden. 3.. De raden kunnen hun zienswijze over de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur doen toekomen, die deze bij de ontwerpbegroting voegt. 4.. Het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk vast op 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet gelden. 5.. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting in afschrift aan de raden. 6.. De begroting wordt binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten gezonden. 7.. Van de inzending doet het bestuur mededeling aan de raden. 8.. De raden kunnen na ontvangst van het bericht van inzending hun zienswijze bij gedeputeerde staten indienen tegen de begroting.

Rechtspraak bij dit artikel