Algemene voorziening: Het is een dienst of activiteit die, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en die is gericht op het versterken van zelfredzaamheid en participatie, of op opvang. Een algemene voorziening is dus per definitie geen Wmo maatwerkvoorziening.
Algemeen gebruikelijke voorziening: product, dienst of activiteit die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking. Het is in de reguliere handel verkrijgbaar en is in prijs vergelijkbaar is met soortgelijke producten. Dit is geen Wmo maatwerkvoorziening.
Besluit: Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oostzaan.
Centraal Administratie Kantoor (CAK): Het CAK berekent en incasseert de eigen bijdragen voor de Wmo 2015.
Collectieve voorziening: Dit is een Wmo-voorziening die individueel wordt verstrekt maar die toch door meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het aanvullend openbaar vervoer (AOV) het meest duidelijke voorbeeld.
Eigen verantwoordelijkheid: De inspanning die in redelijkheid van de aanvrager of zijn directe omgeving kan worden verlangd om zelf een oplossing te vinden voor (kosten van) het opheffen of verminderen van zijn beperkingen;
Gebruikelijke hulp: De normale, dagelijkse ondersteuning die partners of ouders en inwonende kinderen of anderen met wie een gezamenlijk huishouden wordt gevoerd, geacht worden elkaar onderling te bieden. Dit omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden.
Gesprek: Het gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet. Met dit gesprek wordt het onderzoek bedoeld dat na de melding door de cliënt plaats dient te vinden. Hierin wordt beoordeeld wat de cliënt met inzet van alle mogelijkheden waaronder een algemene voorziening zelf kan en waarvoor, als het probleem door de cliënt zelf niet (voldoende) opgelost kan worden, een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget verstrekt moet worden.
Hulpvraag: De behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet. De hulpvraag wordt tijdens het onderzoek verduidelijkt.
Ingezetene: De cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Oostzaan. Over het algemeen zal het gaan om een cliënt die ook in Oostzaan staat ingeschreven. Als dat niet het geval is zal conform vaste jurisprudentie beoordeeld moeten worden of de cliënt de meeste nachten per jaar in Oostzaan doorbrengt of in een andere gemeente. Het hoofdverblijf is dan in de gemeente waar de cliënt feitelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt.
Inkomen: Het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde dan wel de gehuwde personen tezamen vastgesteld op grond van het verzamelinkomen bedoeld in de Wet inkomstenbelasting of in de overige gevallen op grond van het belastbaar loon bedoeld in de Wet op de loonbelasting in het peiljaar. Het peiljaar is het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een maatwerkvoorziening is verleend.
Leefeenheid: Een eenheid bestaande uit alle huisgenoten met wie de persoon met beperkingen duurzaam een huishouding voert. De leefeenheid betreft een gezamenlijke huishouding zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 en 5 van de wet. Van een gezamenlijke huishouding is in ieder geval sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. Denk bijvoorbeeld aan gehuwden, het hebben van een samenlevingscontract, broer en zus met gezamenlijke huur, het hebben van een kind waarvan de huisgenoot het kind heeft erkend.
Maatschappelijke ondersteuning:
het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en het vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld;
het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking en/ of met chronische psychische en/ of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving;
het bieden van beschermd wonen en opvang.
De maatschappelijke ondersteuning richt zich op 3 soorten voorzieningen: de algemene voorzieningen ten behoeve van alle burgers van de gemeente en dan toegespitst op de personen met een beperking; de maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten voor het bevorderen van participatie en zelfredzaamheid en het bieden van een beschermde woonsituatie en zo nodig opvang. De eerste groep voorzieningen is voor iedereen vrij toegankelijk, de tweede en de derde groep verstrekkingen is beschikbaar na een melding en het daaropvolgende traject.
Maatwerkvoorziening: Het op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen,woningaanpassingen en andere maatregelen,
ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,
ten behoeve van beschermd wonen en opvang.
De maatwerkvoorziening is de verstrekking in de tweede en derde groep van de maatschappelijke ondersteuning (zie 12). De maatwerkvoorziening biedt maatwerk, want hij is afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon. Een maatwerkvoorziening is gericht op:
zelfredzaamheid, waar ook ontlasting van de mantelzorger toe gerekend wordt, en kan het hele scala van verstrekkingen bevatten;
participatie en kan het hele scala van verstrekkingen bevatten;
beschermd wonen en opvang.
Mantelzorg: De hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Gebruikelijke hulp (6) en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. Mantelzorg is zorg, die niet in het kader vaneen hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorg/hulpverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Niet alle zorg, die mensen aan hun naaste bieden, is mantelzorg. Mantelzorg is alleen die zorg of hulp,die de gebruikelijke zorg/hulp in zwaarte, duur en/of intensiteit overstijgt.
Mantelzorger: Een persoon die mantelzorg verleent, zoals benoemd in 14.
Melding: Het kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet. De melding is het startpunt van de reeks: onderzoek (gesprek), verslag, met eventueel als gevolg een aanvraag een beschikking. Voor deze hele procedure is in totaal een termijn van zes + twee = acht weken beschikbaar.
Persoonsgebonden budget: (Pgb) Een bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken. Het persoonsgebonden budget is een van de mogelijkheden tot verstrekking, naast de voorziening in natura. Het persoonsgebonden budget is een trekkingsrecht en wordt alleen toegekend als men in staat is de consequenties van het persoonsgebonden budget te overzien of als er een persoon is die dat namens cliënt verantwoord kan doen. Verder moet de cliënt motiveren dat hij of zij een persoonsgebonden budget wil, als men een persoonsgebonden budget wil aanvragen.
Sociaal netwerk: De personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. Tot het sociale netwerk van een cliënt horen alle personen die een cliënt kent en met wie hij meer heeft dan alleen maar een vluchtig contact, maar met wie hij een sociale relatie heeft. Deze sociale relatie zal in ieder geval wederzijds moeten zijn.
Verordening: De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oostzaan 2016.
Verstrekking: Een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget.
Voorliggende voorziening: Hieronder vallen algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen of collectieve voorzieningen. Bij deze voorzieningen is de functie bepalend: zij gaan voor maatwerkvoorzieningen voorzieningen.
Vrijwilliger: Een persoon die onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht ten behoeve van andere mensen of de samenleving.
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Wettelijk voorliggende voorziening: De wettelijk voorliggende voorzieningen zijn die voorzieningen in wetgeving en in regelgeving vastgelegd, die voorgaan op de Wmo. Te denken valt hierbij aan onder meer de Zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige Zorg. Als een wettelijk voorliggende voorziening het probleem kan oplossen is er geen aanspraak op maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo.
Wet langdurige zorg: Wlz.
Zelfredzaamheid: Het vermogen tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Algemeen dagelijkse levensverrichtingen zijn alle handelingen die te maken hebben met het lichaam en dagelijks gedaan moeten worden, zoals wassen, aankleden, toiletgang, haren wassen, eten en slapen. Het merendeel van de algemene dagelijkse levensverrichtingen valt niet onder de Wmo maar onder de Zorgverzekeringswet
Zorgverzekeringswet: Zvw
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2017