Naar hoofdinhoud
1.. De financiële zeggenschap ligt bij de afzonderlijke gemeenten. Door deze regeling wordt het budgetrecht van de gemeenteraden niet aangetast. 2.. De centrumgemeente zorgt voor de verdeling van de kosten overeenkomstig de in de dienstverleningsovereenkomst gemaakte afspraken. Daartoe zullen de deelnemers een verdeelsleutel naar rato van de uit te voeren taken afspreken. 3.. De gemeenten dragen zorg voor de beschikbaarheid (overheveling) van de beleidsvoorbereidende en uitvoerende personele en materiële budgetten van de in artikel 2 genoemde taken, voor zover die samenhangen met de taakuitvoering door de centrumgemeenten (aldus bijvoorbeeld niet voor de taakuitvoeringen die nog bij de gemeenten berusten de uitvoering van het lokale beleid, en zoals bepaalde algemene kosten zoals de beleidsvoorbereiding en algemene transactiekosten direct in verband met de Participatiewet en de Wsw). 4.. De centrumgemeente voert een zodanige administratie dat daaruit de kosten van elke partij kunnen worden herleid. 5.. Ten behoeve van de in artikel 2 genoemde taken staan voor elke deelnemer in de dienstverleningsovereenkomst de kosten vermeld, die in rekening worden gebracht. 6.. Het toezicht op de besteding van de beschikbare structurele middelen voor de gezamenlijk uitvoeringsorganisatie ligt bij het college van de centrumgemeente. Over de bevindingen van dit toezicht informeert dat college conform het bepaalde in artikel 4. 7.. Het college van de centrumgemeente draagt er bij het opstellen van de gemeentelijke jaarrekening zorg voor dat de uitgaven voor de gezamenlijke uitvoering zodanig verwoord worden, dat deze per gemeente separaat aan het portefeuillehoudersoverleg ter beschikking gesteld kunnen worden en de deelnemers hiervoor een accountantscontrole kunnen laten uitvoeren. In het portefeuillehoudersoverleg wordt zulks regelmatig besproken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel