Aan de hand van de aanvraag stelt het College het totaal van de begrote subsidiabele kosten van de exploitatie van één of meer buurtbuslijnen vast.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3 omvatten de subsidiabele kosten:
Onkosten van het bestuur van de buurtbusorganisatie;
Reiskosten van de buurtbuschauffeur, verbonden aan het heen en weer reizen van zijn woning naar de stallingsplaats van de (te gebruiken) buurtbus(sen);
Overige kosten die, ter beoordeling van het College, aantoonbaar strikt noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de buurtbusorganisatie.
De subsidiabele kosten bedragen voor één kalenderjaar maximaal:
€ 5.000,00 indien de buurtbusorganisatie van één buurtbus gebruik maakt;
€ 10.000,00 indien de buurtbusorganisatie van twee of meer buurtbussen gebruik maakt.
Indien een buurtbuslijn in de loop van een kalenderjaar start, bedraagt de subsidie een evenredig gedeelte van het bedrag bedoeld in lid 3 voor het resterende deel van het kalenderjaar, gerekend vanaf de aanvang van de activiteit.
De subsidie is nooit hoger dan het tekort na verrekening van uitgaven en inkomsten volgens de in art. 13 lid 2 bedoelde begroting.
De maximale subsidiabele kosten als genoemd in lid 3 worden met ingang van 2017 jaarlijks geïndexeerd volgens de LBI openbaar vervoer voor het betreffende jaar dan wel, indien deze indexering niet meer landelijk wordt gebruikt, een door het College vast te stellen zo veel als mogelijk gelijkwaardige indexering.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5
Subsidiabele kosten exploitatie buurtbuslijn(en)
Onderdeel van Subsidieregeling buurtbussen Lelystad 2016