Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 21

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Nuenen 2011

1.. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, indien het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college het voorneming tot ruiming van het graf door middel van een bordje bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2.. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaats. 3.. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraven elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een grondgraf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraven of verstrooiing elders. 4.. De rechthebbende op een particulier graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel