**1..** Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 6.1 onder c juncto 1 tot en met 3 en artikel 6.1 onder d van de Wmo verordening wordt vastgesteld op basis van de huurprijs, inclusief onderhoud, service en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald. Hierbij geldt het uitgangspunt goedkoopst meest adequaat.
**2..** Bij vaststelling van het pgb wordt ook rekening gehouden met de aanvullende kosten. Onder deze kosten wordt verstaan:
De verzekering;
Onderhoud;
Reparatie;
Keuring (indien wettelijk vereist);
**3..** Als de aanvrager een groot deel van zijn vervoersbehoefte voor deelname aan het maatschappelijke verkeer kan en wenst in te vullen met een (aangepaste) fiets, kan de aanvrager in aanmerking komen voor een door spierkracht voortbewogen vervoermiddel. De vervoersvoorziening wordt maximaal 7 jaar in bruikleen verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming in de meerkosten van de aan te schaffen voorziening ten opzichte van de gemiddelde aanschafkosten van een gewone fiets.
HOOFDSTUK 6
Artikel 16
Aanvullende bepalingen betreffende een financiële tegemoetkoming of pgb voor vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning