**5.1.** Inleiding
Het college kan onderzoek verrichten naar de debiteur en de vordering. Dit onderzoek dient ertoe, om vast te stellen of de vastgestelde betalingscapaciteit nog altijd correct is. Indien de betalingscapaciteit hoger of lager is geworden kan deze worden aangepast.
**5.2.** Gevallen waarin debiteurenonderzoek plaatsvindt
Debiteurenonderzoek vindt plaats:
in gevallen waarin de debiteur niet aflost op de vordering;
bij vorderingen die ontstaan zijn door een terugvorderingsbesluit, waarbij het restant van de vordering naar verwachting niet zal zijn afgelost binnen 24 maanden na het moment waarop het onderzoek volgens paragraaf 6.4 zou moeten plaatsvinden;
ten aanzien van debiteuren op wie kosten van bijstand worden verhaald.
**5.3.** Te onderzoeken gegevens
Bij het debiteurenonderzoek wordt onderzoek gedaan naar en gerapporteerd over de volgende onderdelen:
het saldo van de vordering;
de wijze van aflossing over de periode sinds het ontstaan van de vordering en/of het laatst uitgevoerde debiteurenonderzoek;
de financiële positie van de debiteur;
de mogelijkheid om de hoogte van de aflossing aan te passen aan de financiële positie van de debiteur.
Het bovenstaande geldt niet in de gevallen aangeduid in paragraaf 6.2 onder c. Daarbij vindt een integrale herbeoordeling van de verhaalsbijdrage plaats op grond van de geldende TREMA-normen. Wijzigingen in de draagkracht worden in verhaalsgevallen slechts meegenomen indien zij tenminste € 46 per maand bedragen.
Artikel 5
Debiteurenonderzoek
Onderdeel van Beleidsregels debiteurenbeleid Participatiewet, Ioaw en Ioaz Goeree-Overflakkee