Naar hoofdinhoud

Artikel 4.1.

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Purmerend 2016

1.. Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de door de gemeente verleende toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning respectievelijk instemmingsbesluit krachtens deze verordening. 2.. Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing. 3.. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een vergunning of instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de Verordening voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Purmerend 2008, waarop nog niet is beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Verordening voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Purmerend 2008.

Rechtspraak bij dit artikel