Bij de uitoefening van de financieringsfunctie moet rekening worden
gehouden met de volgende richtlijnen en limieten:
1. Algemeen
Tegenpartijen kunnen zijn:
Financiële instellingen binnen de Europese Unie
die onder Nederlands toezicht door bijvoorbeeld De
Nederlandse Bank of de Verzekeringskamer of anderszins
EU-toezicht vallen en die minimaal een
AA-rating hebben.
Een keer per jaar wordt de kredietwaardigheid van de
kredietnemers onderzocht.
Een keer per jaar vindt overleg plaats met de bankrelaties om te
toetsen of de met de bank afgesproken werkwijze voldoet en of
transacties volgens de vastgestelde procedures verlopen.
Contacten en afspraken met de verschillende relaties dienen
zodanig te zijn dat snel kan worden geanticipeerd op wisselende
(markt)omstandigheden.
Nearbanking is verboden.
Bij het opstellen van de financieringsparagraaf worden de
kasgeldlimiet en de rente- risiconorm in beeld gebracht.
De rentevisie van de gemeente is gebaseerd op de visie van drie
gezaghebbende instanties,waaronder die van de
huisbankier.
Het aantal door de gemeente Ridderkerk aan te houden
bankrekeningen is beperkt tot het voor een goede bedrijfsvoering
noodzakelijke aantal.
De beschikbare liquide middelen worden zoveel mogelijk
geconcentreerd op de hoofdbankrekening bij de huisbankier.
2. Kasbeheer
Op de korte termijn dienen voldoende liquide middelen
beschikbaar te zijn.
Renterisico's op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de
normen van de kasgeld- limiet.
De kasgeldlimiet mag niet worden overschreden.
3. Gemeentefinanciering
Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet
overschrijden.
Bij het afsluiten van leningen moet de
liquiditeitstypischeen rentetypische looptijd zo gekozen
worden dat een gelijkmatige (renterisico)spreiding binnen de
gehele leningenportefeuille ontstaat.
Het aantrekken van langlopende leningen geschiedt door drie
offertes aan te vragen bij de huisbankier en twee andere
geldgevers.
De toegestane financieringsinstrumenten voor een periode van
minimaal twee jaren zijn in principe onderhandse geldleningen en
Medium Term Notes (MTN’s).
Indien de inzet van andere instrumenten noodzakelijk is, wordt
daartoe een voorstel voorgelegd aan de gemeenteraad.
4. Uitzettingen
De duur van de uitzetting dient zoveel mogelijk aan te
sluiten op de liquiditeitsprognose.
Uitzettingen in aandelen zijn uitgesloten, behalve voor
zover de aandelen gekocht worden in het kader van de
uitoefening van de publieke taak.
Aankopen van waardepapieren met een obligatiekarakter
(bijvoorbeeld staatsobligaties) dienen (in verband met
bijkomende kosten van aan-/verkoop) voor een periode van
minimaal een jaar te worden aangegaan.
Risico's worden beperkt doordat in vastrentende waarden
wordt uitgezet of doordat wordt uitgezet in producten
waarbij minimaal de hoofdsom wordt gegarandeerd.
Koersrisico's op uitzettingen in vastrentende waarden
worden beperkt door de omvang en de (resterende)
looptijd te matchen met de omvang en looptijd van de
beschikbare liquide middelen.
Bij het uitzetten van geldmiddelen voor een langere
periode (> 1 jaar) dienen drie offertes aangevraagd
te worden, bij de huisbankier en twee andere
banken.
5. Garantieverlening
Bij het verstrekken van gemeentegaranties aan een stichting of
vereniging dienen de extra jaarlasten van de aan te trekken lening te passen binnen
de exploitatie van de stichting of vereniging. Aan
woningbouwcorporaties wordt geen garantie verleend, omdat
het WSW deze taak heeft
overgenomen.
Jaarlijks vindt toetsing plaats van de financiële situatie van
de stichting of vereniging aan de hand van de door de stichting
of vereniging verplicht te overleggen jaarstukken.