Naar hoofdinhoud
1.. Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. 2.. Geen recht op de individuele inkomenstoeslag hebben personen die: op de peildatum of in de referteperiode een uitkering op grond van de Wet op de Studiefinanciering 2000 of de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten hebben genoten; op de peildatum of in de 12 maanden daaraan voorafgaand in een WLZ of RIBW inrichting verbleven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel