Gemeentestukken: 2009-237
De raad van de gemeente Ridderkerk;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 april 2009,
nummer 237;
gelet op artikel 36 van de Wet Werk en Bijstand;
b e s l u i t :
vast te stellen:
Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Ridderkerk 2009
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk
wet: de Wet werk en bijstand
Referteperiode: een periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
WSF 2000: Wet Studiefinanciering
Inkomensgrens; de op de gezinssituatie van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 21 van de wet plus volledige toeslag, inclusief vakantiegeldreservering, exclusief eventuele heffingskortingen;
uitkeringsgerechtigde: persoon bedoeld in artikel 1 onder o van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat.
Artikel 2 Voorwaarden
De persoon, bedoeld in artikel 36 eerste lid van de wet, komt in aanmerking voor langdurigheidstoeslag indien hij gedurende een onafgebroken periode van 60 maanden aangewezen is geweest op een inkomen van niet meer dan 120% van de inkomensgrens, hij geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet en hij door een gebrek aan arbeidsmarktperspectief geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.
Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de persoon die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de uitkeringsgerechtigde die gedurende de in het eerste lid genoemde periode meer dan € 2196,00 aan inkomsten uit arbeid heeft ontvangen.
Artikel 3 Arbeidsmarktperspectief
Er is sprake van gebrek aan arbeidsmarktperspectief indien
belanghebbende voldoet aan het bepaalde in artikel 3 en
in het geval van een uitkeringsgerechtigde gedurende het jaar voorafgaand aan de peildatum geen besluit is genomen zijn uitkering te verlagen op grond van artikel 18 lid 2 eerste en tweede lid van de wet wegens het niet nakomen van de verplichtingen als bedoeld in artikel 9 eerste lid onderdeel a en b van de wet.
Er is geen sprake van gebrek aan arbeidsmarktperspectief indien één van de belanghebbenden op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel
een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Artikel 4 Hoogte van de toeslag
1.De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar
a) Voor gehuwden € 496,-;
b) voor een alleenstaande ouder € 445,-;
c) voor een alleenstaande € 348,-.
Artikel 5 Onvoorziene gevallen
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.
Artikel 6 Inwerkingtreding.
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2009.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 mei 2009,
de griffier, de voorzitter,
NvW/253
Artikel 0
Dit artikel moet nog worden gesplitst
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Ridderkerk 2009