**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een openbare plaats te gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2..** Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd indien: het beoogde gebruik schade kan toebrengen aan de openbare plaats, gevaar kan opleveren voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats.
**3..** Een vergunning bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd indien het opslag van roerende zaken betreft waarvan het beoogd gebruik is bedoeld voor commerciële doeleinden, zoals het drijven van handel vanuit een container.
**4..** Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op:
uitstallingen, zonneschermen en voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, indien wordt voldaan aan de door het bevoegd gezag vastgestelde nadere regels.
terrassen bij bedrijven (anders dan bij horecabedrijven), indien:
vooraf de exploitatie van het terras aan de burgemeester is gemeld. De melding bestaat in elk geval uit: de naam en het adres van het bedrijf, de indeling en uitvoering van het terras, de periode waarin het terras wordt geëxploiteerd, een plattegrond met de afmetingen van het terras;
voldaan wordt aan de door de burgemeester vastgestelde nadere regels.
opslag van roerende zaken op openbare grond, waaronder ook bedoeld tijdelijke verkeersmaatregelen, alsmede het opbreken van openbare grond, waaronder ook te verstaan graven en spitten in openbare grond, indien:
ten minste 30 dagen voorafgaand aan de opslag op of opbreken van openbare grond en/of tijdelijke verkeersmaatregelen wordt gemeld aan het bevoegd gezag;
door het bevoegd gezag binnen twee weken na ontvangst geen tegenbericht is verzonden;
voldaan wordt aan de richtlijnen uit CROW-publicatie Werk In Uitvoering 96b.
**5..** Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen aan het bepaalde in lid 4, onder c.
**6..** De meldingsplicht in lid 4, onder c geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement. De Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
**7..** Het verbod in het eerste lid is tevens niet van toepassing op vlaggen en spandoeken, mits wordt voldaan aan de beleidsregel Vlaggen en Spandoeken 2014.
**8..** Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**9..** Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenverordening Noord-Holland.
**8..** Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10
Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats in strijd met de publieke functie daarvan en/of het opbreken van openbare grond
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016