Naar hoofdinhoud

Afdeling 4 › Afdeling 3

Artikel 4:11B

Maatregelen in verband met iepziekte

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016

1.. In dit artikel wordt verstaan onder: iepziekte: de aantasting van iepen door schimmel Ophi-ostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); Iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolscoloytus (F.) Scolytusmultistratius (Marsh) en Scolytus pygmaeus. 2.. Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college verspreiding van de iepziekte of vermeerdering van iepenspintkevers opleveren, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen twee weken: indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen en/of; de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 3.. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, tenzij gerooid ziek iepenhout wordt afgevoerd naar de vuilverbranding of vuilverwerker. 4.. Het in lid 3 gestelde verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en of iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter.

Rechtspraak bij dit artikel