Het is ruiters verboden zich buiten de voor de ruitersport bestemde en als zodanig aangegeven paden en terreingedeelten te begeven of te bevinden of met het rijdier overlast te bezorgen. Ruiters moeten zich houden aan de bepalingen uit artikel 8 RVV 1990. Indien naast de weg geen ruiterpad aanwezig is, mag de weg uitsluitend over de rechterzijde daarvan bereden worden.