In deze beleidsregel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder
intensieve veehouderij: een bedrijf met in hoofdzaak een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren in stallen en/of hokken zonder dat het bedrijf hoeft te beschikken over grond bestemd voor de voerproductie van deze dieren. Onder intensieve veehouderij wordt onder meer gedoeld op eenden, ganzen, kalkoenen, kippen, konijnen, mestkalveren, parelhoenders pelsdieren, stieren voor de roodvleesproductie, varkens, vleeskalveren, vleeskuikens, met uitzondering van een melkveehouderij;
kernrandzone: zones rondom een kern zoals vastgesteld in het raadsbesluit van 31 mei 2011 en opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze beleidsregel;
win-win situaties:
agrarische bedrijvigheid, waarbij sprake is van:
een intensieve veehouderij;
een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer met een geldende omgevingsvergunning;
ligging in de kernrandzone;
ligging tegen de kernrandzone waarbij sprake is van een vergelijkbare situatie als ware de locatie gelegen binnen de kernrandzone, zulks ter beoordeling van ons college;
een maatschappelijk belang dat verder gaat dan het economisch belang van de aanvrager;
verbetering van het woon- en leefklimaat van de woonomgeving en/of de kernen;
het opheffen van hindercirkels als gevolg van het intrekken van een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘milieu’;
woningbouwverzoeken: verzoeken voor het bouwen van een burgerwoning.