Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
te nodigen dan wel aan te lokken:
op of aan andere dan door het college aangewezen
wegen of gebieden;
gedurende andere dan door het college vastgestelde
tijden.
Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
verwijderen.
Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het
eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in
een bepaalde richting te verwijderen.
De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13,
tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste
eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid
bij besluit verbieden zich gedurende een bepaalde termijn,
anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden
op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste
lid.
5. De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
betrokkene noodzakelijk is.
6.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.
Hoofdstuk 3. › Afdeling 2.
Artikel 3:9
Straatprostitutie
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2016