Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
Het verbod geldt niet voorzover het betreft:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
geen afvalstoffen worden verbrand;
vuur voor koken, bakken en braden,
voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
oplevert.
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover
in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429,
aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland.
Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
toepassing.
Hoofdstuk 5. › Afdeling 8.
Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2016