1.Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt.
2.De Verordening Wet Inburgering Gemeente Ridderkerk 2007, zoals vastgesteld op 29 maart 2007, wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt.
Ridderkerk, 15 oktober 2009
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
MAW/265/
Algemene toelichting Verordening Wet inburgering
De Wet inburgering (WI) regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). Met ingang van 1 januari 2009 is de WI gewijzigd.
De Wijzigingen Wet inburgering
Het college krijgt de bevoegdheid om aan iedere inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Deze wijziging heeft een terugwerkende kracht tot en met november 2007.
Het college krijgt de mogelijkheid om een inburgeringsprogramma aan te bieden dat gericht is op het staatsexamen Nederlands als tweede taal. Deze wijziging heeft een terugwerkende kracht tot en met januari 2008.
Het college krijgt de bevoegdheid om in plaats van een inburgeringsvoorziening een taalkennisvoorziening aan te bieden aan een inburgeringsplichtige die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgt of gaat volgen. Deze wijziging werkt terug tot en met september 2008.
Het aanbodstelsel
In deze versie van de verordening is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 19a van de WI biedt om het college de bevoegdheid te geven inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen vast te stellen, zonder dat eerst een aanbod aan de inburgeringsplichtigen wordt gedaan. In deze verordening wordt het aanbodstelsel gehandhaafd. Dit stelsel houdt in dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod doet en de voorziening vaststelt overeenkomstig het aanbod als de inburgeringsplichtige het aanbod heeft aanvaard.
De gemeentelijke taken die bij de verordening geregeld moeten worden
De gemeente heeft met de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld gekregen, zoals het goed informeren van de inburgeringsplichtigen over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast heeft de gemeente de taak aan inburgeringsplichtigen die daarvoor op grond van de wet of het gemeentelijk beleid in aanmerking komen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen of het staatexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een inburgeringsvoorziening mag de gemeente aan inburgeringsplichtigen die een mbo-opleiding op niveau 1 en 2 volgen of gaan volgen een taalkennisvoorziening aanbieden.
Ook moet de gemeente de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringsplichtige zich verwijdbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. In verband met deze taken draagt de WI de gemeente op om bij verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:
Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).
Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorziening en over de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, WI). Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI).
Regels over de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen
Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die voorzieningen.
Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen
De inburgeringsplichtige moet binnen de daarvoor wettelijk vastgestelde termijn het inburgeringsexamen halen. De gemeente kan inburgeringsplichtigen daarbij ondersteunen door het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Alle inburgeringsplichtigen kunnen in beginsel in aanmerking komen voor een voorziening. De gemeenteraad bepaalt welke groepen inburgeringsplichtigen in aanmerking komen voor een inburgeringsvoorziening en welke groepen op eigen kracht dienen in te burgeren. Met deze verordening bepaalt de gemeenteraad dat alle inburgeraars een aanbod krijgen.
Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. De inburgeringsplichtige is verplicht een eigen bijdrage van € 270,- te betalen voor de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid, WI). Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid, WI).
De WI draagt de gemeenteraad op om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. In de wet is vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld (artikel 19a, tweede lid, onderdeel b, WI).
De procedure die door het college wordt gevolgd voor het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI);
De criteria die worden gehanteerd bij het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI);
Het door het college aanbieden van een passende inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming van de samenstelling van een voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI);
De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI).
Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete
Artikel 35 WI draagt de gemeente op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
Artikelsgewijze toelichting
NB: In de Wet inburgering is het begrip “inburgeringsvoorziening” uitgebreid met “taalkennisvoorziening”. In de hieronder staande toelichting worden beide begrippen waar mogelijk afzonderlijk genoemd. In een enkel geval wordt uit overweging van leesbaarheid het woord “voorziening” gehanteerd, waarmee zowel inburgeringsvoorziening als taalkennisvoorziening wordt aangeduid.
Hoofdstuk 5.
Artikel 11
Inwerkingtreding
Onderdeel van Verordening Wet inburgering Samenwerkingsverband Gemeenten Ridderkerk en Albrandswaard 2009