Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 3.2.

Recht op hulp bij het huishouden

Onderdeel van Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Ridderkerk 2009

In dit artikel is omschreven wanneer een aanvrager in aanmerking kan komen voor hulp bij het huishouden. De eerste voorwaarde is dat er sprake is van aantoonbare beperkingen of problemen op grond van ziekte, gebrek of zwaarwegende psychosociale omstandigheden die ervoor zorgen dat de aanvrager niet in staat is een huishouden te voeren. Hulp bij het huishouden is aangewezen wanneer disfunctioneren van de leefeenheid als gevolg van beperkingen of problemen van (één van) de aanvrager dreigt. Dit kan zich uiten in vervuiling (van de woning of de kleding), verwaarlozing (gezondheidsrisico’s, voeding en vocht) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis maar ook buitenshuis belemmerd wordt. Het doel van de huishoudelijke verzorging kan dan zijn het schoonhouden van het huis en/of het verrichten van de dagelijkse voorkomende huishoudelijke activiteiten, maar ook het ondersteunen bij het organiseren van het huishouden. Uitgangspunt is dat men primair zelf verantwoordelijk is voor het eigen huishouden, de eigen gezondheid, levensstijl en de wijze waarop het huishouden wordt gevoerd. De Wmo is er ter aanvulling op de eigen mogelijkheden. Dit betekent dat van een gezin wordt verwacht dat – bij uitval van één van de leefeenheden – gestreefd wordt naar herverdeling van de huishoudelijke taken binnen het gezin. Redenen als ‘niet gewend zijn om ’of ‘geen huishoudelijk werk willen en/of kunnen (in de zin van ‘niet geleerd hebben’) verrichten’ leiden niet tot een indicatie voor het overnemen van huishoudelijke taken. Als het nodig is kan er een indicatie worden gesteld voor maximaal drie maanden hulp bij het huishouden en/of het leren (efficiënter) organiseren van het huishouden. Onder lid 2 is bepaald dat bij het recht op hulp bij het huishouden rekening gehouden wordt met gebruikelijke zorg. Hierbij wordt uitgegaan van het protocol gebruikelijke zorg. Op dit protocol wordt een uitzondering gemaakt waar het kinderen onder de 12 jaar betreft. In het verstrekkingenboek zal wel aandacht worden besteed aan maatwerk in verband met kinderen met chronisch gehandicapte ouders. Deze kinderen nemen naast een huishoudelijke taak ook vaak een deel van de verzorging op zich en kunnen dan overbelast worden.

Rechtspraak bij dit artikel