De beperkingen die een persoon als bedoeld in artikel 1 van de Wmo ondervindt m.b.t. het normale gebruik van de woning worden gecompenseerd via woonvoorzieningen. Primair zal gekeken wat de goedkoopst adequate oplossing is. Er kan gekeken worden of een geschikte woning beschikbaar is of op korte termijn beschikbaar komt. Bij de uiteindelijke keuze van de te verstrekken voorziening wordt, in overleg met de cliënt een afweging gemaakt. De intentie van de verordening is een ruimer kader te bieden bij de afweging verhuizen of aanpassen dan de vorige verordening. Hierdoor zal er minder vaak verhuisd hoeven te worden. Het plaatsen van een traplift behoort ook tot de mogelijkheden. Echter bij grotere woningaanpassingen wordt wel gekeken naar de mogelijkheid van verhuizing in relatie tot de prognose van de cliënt. Als duidelijk is dat er op korte of lange termijn grote aanpassingen noodzakelijk zijn wordt bezien of een andere woning niet beter geschikt is of geschikt te maken.
Bij de totale afweging wordt rekening gehouden met alle omstandigheden die een rol spelen, zoals de bereidheid van de aanvrager te verhuizen, opgebouwde mantelzorg etc. Bij de indicatie zal hier goed naar gekeken worden. Indien de aanvrager – in tegenstelling tot het advies – niet wil verhuizen, maar besluit om in de eigen woning te blijven wonen, dan kan de aanvrager in aanmerking komen voor een vergoeding die gelijk is aan de verhuiskostenvergoeding. De aanvrager ziet daarmee wel voor een bepaalde redelijke periode – bij gelijk blijvende omstandigheden – af van verdere woningaanpassingen en/of het op een later tijdstip nogmaals in aanmerking willen komen voor een verhuiskostenvergoeding.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 5.3.
Woningaanpassingen.
Onderdeel van Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Ridderkerk 2009