De door het college te verstrekken vervoersvoorziening kan bestaan uit:
een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer;
een voorziening in natura in de vorm van:
1° Een scootmobiel;
2° Een ander vervoermiddel;
3° Een aanpassing aan een onder 1° en 2° genoemde voorziening;
een financiële tegemoetkoming voor de kosten van:
1° Aanpassing van een eigen vervoermiddel;
2° Aanschaf van een ander vervoermiddel;
3° Reparatie en onderhoud van een ander vervoermiddel;
4° Gebruik van een taxi of eigen auto;
5° Gebruik van een rolstoeltaxi;
een pgb waarvan de hoogte door het college in het Besluit is vastgesteld voor het aanschaffen van een scootmobiel of een ander vervoermiddel;
een combinatie van de onder a, b en c genoemde voorzieningen
een combinatie van de onder a, c en d genoemde voorzieningen.
Bij het vaststellen van het pgb en het verstrekken van een voorziening in natura, wordt rekening gehouden met de meerkosten als vastgesteld door het college in het Besluit.
De hoogte van de onder c genoemde financiële tegemoetkoming wordt vastgelegd in het Besluit.
HOOFDSTUK 6
Artikel 6.1.
Vormen van vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Ridderkerk 2009