**1..** De beheerder van het openbare riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verboden is afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in het openbare vuilwaterriool.
**2..** Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbare riool rekening van het gemeentelijk rioleringsplan.
**3..** De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de 7e week van bekendmaking, met dien verstande dat per aangewezen gebied het lozingsverbod geldt vanaf de data zoals genoemd in de gebiedsaanwijzing.
**4..** De beheerder kan ontheffing verlenen op het verbod, bedoeld in het eerste lid, als van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
**5..** Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 2
Lozingsverbod hemel- en grondwater
Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemel- en grondwater Son en Breugel