Het is in de daartoe door het college van burgemeester en wethouders krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden verboden om afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in het openbaar vuilwaterriool.
Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt het college van burgemeester en wethouders rekening van het Programma Water en Riolering.
De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de 7e week van bekendmaking, met dien verstande dat per aangewezen gebied het lozingsverbod geldt vanaf de data zoals genoemd in de gebiedsaanwijzing.
Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen op het verbod, bedoeld in het eerste lid, als van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Artikel 2
Lozingsverbod hemel- en grondwater
Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemel- en grondwater Son en Breugel