**1..** Aan de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften en beperkingen verbinden:
dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen, moet worden herplant;
binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen;
dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen, ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
dat, ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna ,het uitvoeren van kapwerkzaamheden in het broedseizoen in de periode van 15 maart tot 15 juni niet plaatsvindt.
**2..** De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 7 kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 2, tweede lid, genoemde minimummaat.