Naar hoofdinhoud
Actieve grondexploitatie: een grondexploitatieproject waarvan referentiekader en financieel kader daadwerkelijk door de raad zijn vastgesteld. De raad stelt tevens een uitvoeringskrediet vast voor de te maken kosten voor de gehele looptijd van de grondexploitatie. Anterieure overeenkomst: een overeenkomst via het privaatrechtelijke spoor die wordt gesloten tussen een private partij en een gemeente voordat het exploitatieplan is vastgesteld. De overeenkomst is vorm vrij. De term is afkomstig uit de Wet ruimtelijke ordening (afdeling 6). Bestuurlijke voortgangsrapportage (BVR): rapportage over de sturing van de segmenten kantoren & bedrijven en wonen. Actuele inzichten in het betreffende segment worden gepresenteerd en eventuele beleidsmatige dan wel projectmatige keuzes worden aan de raad voorgelegd. Grondexploitatie: het proces van productie en daarmee ook prijsvorming van bouw- en woonrijpe grond. In de grondexploitatiebegroting staan de kosten en opbrengsten die samenhangen met de productie van bouwrijpe grond. Grondprijzennota: de beleidsnota waarin de prijzen voor gronduitgifte met een onderhandelingsmarge en de onderhandeling voor gronduitgifte voor het daaropvolgende jaar worden vastgelegd. Grondzaken: hiertoe behoren Aankoop, beheer en verkoop van onroerende zaken; Tijdelijk beheer van onroerende zaken; Uitgifte en beheer erfpachtovereenkomsten; Onderhandelen met betrekking tot vastgoed. Openen, beheren en afsluiten van grondexploitaties; Beheren van de reserve grondzaken; Formuleren, evalueren en actualiseren beleid; Herziening: een grondexploitatie die ten opzichte van de eerder vastgestelde grondexploitatie opnieuw bestuurlijk moeten worden vastgelegd. Meerjarenperspectief grondzaken (MPG): Nota waarin het College inzicht verschaft in de stand van zaken van de actieve grondexploitaties, de kansen en risico’s in deze grondexploitaties, voorbereidende grondexploitaties, projecten met ontwikkelaar en strategische gronden en als gevolg daarvan het resultaat van de reserve Grondzaken met de stand van de gegevens per 1 januari ; tussentijds Meerjarenperspectief Grondzaken (tMPG) met de stand van de gegevens per 1 juli. Netto contante waarde (NCW): het resultaat van alle kasstromen die op verschillende tijdstippen plaatsvinden, teruggerekend naar hetzelfde tijdstip, bijvoorbeeld 1 januari (MPG) of 1 juli (tMPG). Dit maakt het mogelijk om te beoordelen of de opbrengsten op termijn voldoende zullen zijn om de daarvoor benodigde uitgaven af te dekken en waardoor de verschillende projecten op basis van het mogelijke resultaat vergelijkbaar zijn. Onroerende zaken: De onroerende zaken, die zijn aangekocht ten behoeve van of met het oog op ruimtelijke ontwikkelingen. Niet onder voornoemd begrip vallen de onroerende zaken ten behoeve van de gemeentelijke taken. Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus): het jaarlijks weerkerend patroon van opstellen en vaststellen van programmabegroting, voorjaarsrapportage, najaarsrapportage en jaarstukken. Programma: datgene dat het plan beoogt te realiseren; bouwrijpe grond ten behoeve van een volume woningbouw, kantoren, bedrijfsterreinen, commerciële voorzieningen en/of andere bestemmingen. Het programma wordt vastgesteld met de vaststelling van het referentiekader. Projecten met ontwikkelaar: projecten, waarbij de grondpositie geheel of grotendeels in handen is van een ontwikkelaar. De gemeente maakt kosten ter realisatie van de projectontwikkeling en brengt deze bij de ontwikkelaar in rekening middels een anterieure overeenkomst. Referentiekader: een beschrijving van de hoofdlijnen van de ruimtelijke inrichting van het plan, met uitwerkingen/schetsen van de hoofdstructuur voor wegen-, water- en groenvoorzieningen en de stedenbouwkundige opzet en programma. De grondexploitatie geeft de financiële consequenties aan van het referentiekader. Reserve grondzaken: is de reserve waarin de resultaten worden verevend van de actieve grondexploitaties, voorbereidende grondexploitaties, de projecten met ontwikkelaar en de strategische gronden. Deze reserve is een van de onderdelen van de algemene reserve van de gemeente. Reserve ruimtelijke investeringen Haarlemmermeer (reserve RIH): het fonds waarin de bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen als bedoeld in de Wro worden gestort om te worden ingezet voor de in de vastgestelde structuurvisie aangegeven doelen. De reserve is één van de onderdelen van de algemene reserve van de gemeente. Over de stand van de reserve RIH wordt gerapporteerd in het (t)MPG. Strategische gronden: gronden, die de gemeente verwerft om hiermee een betere sturing op gebiedsontwikkeling te hebben. De waardering van deze strategische gronden wordt aangegeven met de termen warm, lauw en koud, waarmee een ontwikkelingsperspectief wordt aangeduid van respectievelijk binnen 10 jaar, tussen 10 en 20 jaar en later dan 20 jaar. Strategisch grondbeleid: in het beleid worden de instrumenten van grondbeleid beschreven en beleidskaders aangegeven. Structuurvisie: document waarin het bevoegde bestuursorgaan voor haar grondgebied de hoofdlijnen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aangeeft. De structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is vastgesteld op 18 oktober 2012. Verordening grondzaken: onderhavige verordening waarin rapportages, beleidsnota’s, werkprocessen en regels inzake grondexploitaties zijn vastgelegd om raad en college die handvatten te geven om voor wat betreft grondzaken in control te zijn. Wet ruimtelijke ordening (Wro) zoals in werking getreden op 1 juli 2008.

Rechtspraak bij dit artikel