**1..** Na een melding vergaart de toezichthouder calamiteiten en geweld de
kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen die
nodig is om te kunnen vaststellen of sprake is van een situatie die
voor de veiligheid van cliënten of de maatschappelijke ondersteuning
of anderszins voor het leveren van verantwoorde maatschappelijke
ondersteuning een bedreiging kan betekenen en aanleiding kan geven
tot het nemen van maatregelen.
**2..** De toezichthouder calamiteiten en geweld stelt in de bevestiging,
bedoeld in artikel 6, eerste lid, de aanbieder in de gelegenheid
binnen een termijn van zes weken met inachtneming van door de in de
bijlage bij dit protocol “Richtlijn rapportage over een calamiteit
of geweld bij de verstrekking van een voorziening” gestelde eisen,
eerst zelf onderzoek te doen naar de relevante feiten, tenzij de
aard van de melding of andere informatie over de aanbieder de
toezichthouder calamiteiten of geweld aanleiding geeft dit niet te
doen. De toezichthouder calamiteiten en geweld kan op verzoek van de
aanbieder de termijn verlengen.
**3..** Indien de toezichthouder calamiteiten en geweld vaststelt dat de
aanbieder niet zelf het gevraagde onderzoek doet, of het onderzoek
dat de aanbieder verricht, niet voldoet aan de gestelde eisen,
verricht de toezichthouder calamiteiten en geweld zelf het nodige
onderzoek.
**4..** Indien de toezichthouder calamiteiten en geweld zelf het onderzoek
doet:
deelt de toezichthouder calamiteiten en geweld schriftelijk
of elektronisch aan de aanbieder mede binnen welke termijn
het onderzoek zal plaatsvinden;
hoort de toezichthouder calamiteiten en geweld de aanbieder
zo mogelijk, andere personen die direct zijn betrokken bij
de feiten waarop de melding betrekking heeft, tenzij dit
naar zijn oordeel niet relevant is voor het onderzoek;
wint de toezichthouder calamiteiten en geweld het advies in
van een of meer deskundigen, indien dat naar zijn oordeel
van belang is voor het onderzoek.
**5..** Van het horen als bedoeld in het vierde lid, onder b, wordt een
verslag gemaakt. Het verslag wordt voorgelegd aan degenen met wie
gesproken is. Zij krijgen de gelegenheid om binnen twee weken
schriftelijk of elektronisch te reageren op eventuele feitelijke
onjuistheden in het verslag. De ontvangen correcties worden in het
verslag verwerkt dan wel gemotiveerd terzijde gelegd.
Paragraaf 2
Artikel 7
Onderzoek
Onderdeel van PROTOCOL CALAMITEITEN EN GEWELD WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GOOISE MEREN 2016