Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Toeslag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Arnhem

1.. De norm, genoemd in artikel 21 onder a en b van de wet wordt verhoogd met een toeslag van 20 procent van de gehuwdennorm voor de belanghebbende in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2.. De norm, genoemd in artikel 21 onder a en b van de wet wordt verhoogd met een toeslag van 10 procent van de gehuwdennorm voor de belanghebbende die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 3.. Voor de toepassing van het vorige lid wordt een meerderjarig kind dat jonger is dan 23 jaar of een inkomen heeft tot 50 procent van de gehuwdennorm niet aangemerkt als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 4.. In afwijking van het tweede lid bedraagt de toeslag 5 procent van de gehuwdennorm voor de belanghebbende die zijn hoofdverblijf heeft in de woning van een eerstegraads bloedverwant. 5.. De norm, genoemd in artikel 21 onder a en b van de wet wordt verhoogd met een toeslag van 10 procent van de gehuwdennorm voor de belanghebbende die geen woonruimte bewoont.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel